Het DNA van een illusie

In de verkiezingstijd heb ik de pen maar laten rusten. Voordat je er erg in hebt, loop je de landelijke campagne voor de voeten met een afwijkend standpunt. De stilte was trouwens lastig vol te houden. De partij-woordvoerder sprong nogal eens naar rechts. De schooldag beginnen met het zingen van het Wilhelmus en het inleveren van het Argentijnse paspoort van prinses Maxima riepen om een verstandige reactie. Maar goed, ik heb gezwegen. Ook al omdat ik soms wat onverstandig uit de hoek kan komen.

In 2007 haalde onze prinses het nieuws door haar opmerking dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat, net zoals de Argentijnse trouwens. Van mij mag ze haar twee paspoorten houden, of meer nog, zij mag er nog één bij krijgen, bijvoorbeeld het Europese paspoort. Of denk nog verder, aan de hand van de uitspraak van Wibaut: ‘Er is maar een volk: de mensheid’.
Ondanks haar verstandige opmerking dat de menselijke identiteit niet te stollen is in een pasfoto, gaan in onze dagen tal van landen, steden, mensen op zoek naar hun ‘DNA’. Zij doen dat nogal eens met verdachte motieven, vrees voor vreemdelingen bijvoorbeeld, of vrees voor verlies van macht. Het populisme schreeuwt luidkeels om de bevestiging van iets dat niet bestaat: de identiteit van het eigen volk, het DNA van een illusie.

Wie of wat wij zijn, verandert voortdurend. Van binnen bij ons en bij iedere mens houdt het niet op te borrelen en te gisten, door het verwerken van ons verdriet of van onze vreugde, van stress en van weet ik al niet meer, en, bovendien, doordat ook alles om ons heen verandert, zijn we vandaag niet meer die we gisteren waren.

Oosterhout zoekt dit jaar zijn DNA om, zoals de burgemeester in zijn Nieuwjaarsrede verwoordde, ‘een toekomstplan te kunnen opstellen’. Prompt kwam even later in het jaar ‘Bombast’ warempel al met een bombastisch antwoord: het alles verklarende verhaal over de oorsprong van het Oosterhoutse DNA, dat verklaart waarom wij Oosterhouters doen wat we doen en zijn wie we zijn!

Dat je in carnavaleske sferen een romantisch alibi zoekt om te feesten en het volksfeest van Vastenavond wil promoten, vind ik lof verdienen. Geen kwaad woord daarover. Maar ga nou niet met onderzoeksbureaus en daarbij komende kosten serieus zoeken naar iets, waarvan je na enig nadenken weet dat het niet bestaat. Dat is gevaarlijk, dat is steun zoeken in een illusie.
De Oosterhouter is mens zoals alle mensen. Je ware wezen onttrekt zich aan vastlegging, het schuilt in de smeltkroes van je gevoelens en je verstand, van je heden en je verleden, van je verlangens en ambities. Niet te grijpen, altijd veranderend, voortdurend groeiend, meereizend met de altijd veranderende mogelijkheden die zich aandienen. Als de Oosterhouters zo zijn, waarom zou Oosterhout dan anders zijn? Doen wij er daarom niet veel beter aan om zelf eens te proberen, zonder wat voor DNA zoektocht dan ook, met een stevige en inspirerende visie te komen?

Van Oosterhout, als bonte verzameling van mensen en gedoe, is misschien wel een soort foto te maken, een bevroren flits, kort als de sluitertijd. Het onderzoekbureau en zijn personeel, dat ook verder moet leven, gaat natuurlijk zijn best doen om er iets van te maken: veel teruglezen, praten met Jan en alleman, een concept opstellen, en, omdat zij van buiten komen en onzeker zijn, willen zij dan ook nog eerst van onszelf horen wat wij over onszelf willen horen. Daartoe bespreekt het bureau het concept met verstandige Oosterhouters, zodat het straks onszelf kan presenteren in de door onszelf verlangde statiefoto. Wij zullen heel mooi op die foto staan, want wij gaan het eindrapport betalen. Maar het is niet onwaarschijnlijk dat straks in een voetnoot van het rapport staat dat, alle goede bedoelingen ten spijt, ons DNA onvindbaar is gebleken.

Anton Kamps